Systeemgrens
De toestand van het systeem wordt bepaald ten opzichte van de systeemgrens. De waarde binnen versus de waarde buiten.
Energie wordt overgedragen, op het moment dat het de systeemgrens passeert. Op dat moment maakt het onderdeel uit van de claim, tenminste bij binnentreden. (A*1) is extern, ( A*1) is intern. Wat ook opgaat voor (X/P) versus ( X/P ). In zekere zin zijn deze uitwisselbaar.
Het bewustzijn (C/ C ) als een functie voor beoordeling en vergelijking van de waarden aan twee kanten van de systeemgrens. Fig. 4.3
Bewustzijn is verbonden aan een systeemgrens, als gevolg van interpretatie van waarden aan beide zijde.
Om deze reden is de positie waar het (C/
C
) zich bevindt niet te bepalen. Het valt samen met een systeemgrens, of de claim. Het is het collectief afgezet tegen elke onderliggende claim.
(C/
C
) is hierin een momentopname van waar de claim zich bevindt in tijd en ruimte en hoe deze zich verhoudt tot de omgeving. Op zich zou de buitenste systeemgrens nog enigszins te bepalen zijn, echter de omgeving kent oneindig veel parameters en is dynamisch.
Voor alle binnenliggende systemen zijn grenzen al even lastig te bepalen, bovendien vormen ze elkaars omgeving. Fig. 1.2.
Het systeem als geheel heeft systeemgrenzen en ook de onderliggende. Deel-systemen.
Het autonome systeem legt een claim op tijd en ruimte, waarvoor energie een middel is om de claim te kunnen maken, een systeemgrens waarbinnen een hogere waarde heerst. Immers zonder potentiaalverschil kan de claim niet gemaakt worden.
Inherent hieraan is de omgeving. Het systeem heeft letterlijk een omgeving nodig, waarbinnen een het een claim kan maken.
Het systeem als geheel is onderhevig aan entropie, volgens >1.
Om hieraan te kunnen voldoen moet het zich bevinden in een omgeving waar uitwisseling van energie mogelijk is, dus waar entropie plaats kan vinden, waar groei plaats kan vinden. Entropie is altijd ten opzichte van de omgeving.
Dit houdt in dat systemen tijd en ruimte claimen voor het systeem zelf en een claim op de omgeving leggen.
Voorgaand is uitgegaan van een systeem waarop een (C/
C
) van toepassing is, in een vrije omgeving. Waar het min of meer ongehinderd kan beschikken over mogelijkheden (X/P).
Dit model is een utopische voorstelling, in werkelijkheid zal dit niet of nauwelijks voorkomen. (C/
C
) zal meervoudig zijn.
Het heeft tot gevolg dat systemen elkaars omgeving zijn, dus ook de tijd en ruimte dat het claimt buiten de eigen systeemgrens.
Er is een onderscheid tussen de claims van het systeem. Het systeem zelf, als primair, en de geclaimde tijd en ruimte als de omgeving als secundair. Deze secundaire claim is nodig om het primaire systeem te kunnen laten functioneren. Ondersteunend aan >1. Op hoofdlijnen is het secundaire systeem uitwisselbaar en het primaire systeem niet.
Bij een meervoudige (C/
C
), dus waar meerdere systemen zijn dan is/kan het secundaire systeem gemeenschappelijk zijn. Tenminste als systemen de nut en noodzaak hiervan ervaren.
Het gevolg is wel dat (X/P) ook geheel of deels gemeenschappelijk is. Fig. 3.3
Naast de schematische afbeelding, kan ook een gestileerde omgeving worden weergegeven.
Hier kunnen systemen, individueel of als groep een claim leggen op tijd en ruimte in relatie tot (X/P). De secundaire claim maakt onderdeel uit van het autonome systeem. Het exclusieve recht op de tijd en ruimte, wat wordt beschouwd als eigendom. Fig. 8.1.
Voor het het primaire systeem is de waarde binnen de systeemgrens nog wel te bepalen. Voor het primaire systeem is dat wat lastiger, immens waar grenst deze aan.
Ander punt is dat het primaire systeem een gecontroleerde omgeving is. Wat in veel mindere mate van toepassing is voor een secundaire claim. Toch is deze van grote invloed op het primaire systeem.